In de oneindigheid doe je anderen tekort…

Woordenspel in zorg en welzijnsland.

Door Cees van der Lee in samenwerking met Barbara van der Steen

Van tijd tot tijd gebeurt het. Ineens is er een nieuw woord. In zorg en welzijnsland heeft iedereen het ineens over: “de Participatie samenleving”. Met dank aan het kabinet en de Koning. Grappig hoe dat werkt.

Ik werk als adviseur in een zorginstelling in de verstandelijk gehandicapten zorg. Onlangs hadden we een gesprek over de vraag welk beleid we de komende jaren moeten formuleren voor onze doelgroepen. Er komen nogal wat wijzigingen in wetgeving op ons af. Het woord ‘Participatie samenleving’ viel in dat gesprek in een wonderlijk herhalend ritme. Wat doorpratend bleek de één zich vooral zorgen te maken over de dalende inkomsten die ons te wachten staan. De ander maakte zich vooral zorgen over de gevolgen voor de cliënt, en weer een ander was vooral bezig met de vraag of medewerkers wel voorbereid zijn op de veranderingen.
Nu had ik het woord al meerdere keren opgevangen, ook bij begeleiders en de leidinggevenden. Mijn eerste gedachte bij het horen van ‘Participatie samenleving’ was: dat is een pleonasme! En .. daar is niemand op tegen, dus…. morgen geregeld. Weghalen is ingewikkelder.

Tijdens deze bijeenkomst bekroop mij het gevoel dat de betekenis van ‘Participatie samenleving’ niet in 1 gesprek helder te krijgen is. Sterker nog, de mensen maken zich zorgen. We waren het er wel snel over eens, dat we na 10 jaar groei nu een periode van krimp tegemoet gaan. En dat we nog veel vragen hebben.

Woorden….
Participatie samenleving cialis overnight delivery. Het past, zo lijkt, het bij andere woorden die opduiken in de zorg, zoals ‘het keukentafelgesprek’ dat de ‘T-shape professional’ moet voeren met de burger. De burger die moet participeren en een bijdrage moet leveren aan de samenleving.
Het gaat om de burger die na ‘de kanteling’ van de zorg en welzijnsorganisaties binnen de verantwoordelijkheid van het ‘gemeentelijk domein’ valt nadat de ‘transitie’ in de drie decentralisaties in wetgeving is gerealiseerd. Volgt u het nog? Verwezen wordt hier naar de Wet op de maatschappelijke ontwikkeling, de nieuwe jeugdwet en de participatiewet.

Vragen…
Waar komt zo’n woord, al die woorden, vandaan? Uit welk gedachtegoed komt het voort? Uit sociale overwegingen of economische overwegingen? Zijn die gedachten strijdig en wat betekent dat voor professionals en bestuurders in de zorg? Stel we nemen aan dat het sociale overwegingen zijn. Participatie betekent dan dat we niemand uitsluiten. Dat iedereen in staat is om deel te nemen. En stel we nemen aan dat het economisch is. Dan gaat het om de vraag of het in euro’s wel uit kan. Meedoen moet. De neoliberale opvatting; gij zult renderen. Wat zijn dan de dilemma’s en vragen waarvoor de professionals en bestuurders in de zorg zich gesteld voelen?

Een filosofisch perspectief
De Oostenrijks-Britse filosoof Wittgenstein (1889-1951) betoogt dat taal vaak een aansporing in zich draagt. Meer dan een beschrijving van de werkelijkheid. Participatiesamenleving, keukentafelgesprek, kanteling, transitie. Dergelijke termen verwijzen niet zo zeer naar de huidige praktijk van de professional. Ze lijken veel meer een aansporing. De opvatting van Wittgenstein is dat het bij nieuwe woorden gaat om slecht gedefinieerde begrippen die de totale oplossing voor de samenleving willen formuleren. Zijn standpunt is: je moet taal in de alledaagse context houden.
Zo laat Wittgenstein zien dat woorden verschillende betekenissen hebben als de context wijzigt. Hij spreekt over taalspelen. De betekenis van een woord hangt af van de context, het taalspel, waarbinnen het gebruikt wordt.

Het is dus heel goed denkbaar dat werknemers nieuwe management-woorden interpreteren als aansporing of bevel (waar ze vooralsnog geen betekenis aan kunnen geven).
Totdat er een dialoog of gesprek start. Dan zal de aansporing die zij ervaren afhangen van het taalspel. Gaat dat over krimp, verlies van arbeidplaatsen, bezuiniging op de zorg en verlies van inkomsten bij zorgaanbieders. Dan zal de aansporing gehoord worden: Zorg er voor dat het uit kan!
Gaat het gesprek over de vraag hoe niemand uitgesloten mag worden, professional noch burger, dan zal dit gesprek opleveren dat de professional geen bevel maar een uitnodiging hoort. Of zelfs een waardering voor hoe zij/hij het werk doet.
Dan zou het gesprek kunnen gaan over de vraag: Welke professionele keuzes heb je als je aan de keukentafel zit in de geest van de Participatie-samenleving. Ik vrees dat dit nog wat onderbelicht blijft.

Het keukentafelgesprek…
Hoe zit het straks aan de keukentafel als professionals keuzes moeten maken in wat wel en wat niet te doen in de ondersteuning van mensen die hulp vragen.
Want pas aan de keukentafel ontstaat, wat in de filosofie van Levinas de primaire en fundamentele ‘ik-ander relatie’ wordt genoemd, de ethische relatie. Hij noemt die relatie “het gelaat van de ander”. Waarom gelaat? In het rechtstreekse contact met de ander wordt een (emotioneel) appèl gedaan op verantwoordelijkheid. Dat is geen algemene oproep, gericht tot iedereen, de gemeente, de verzekeraar of de rijksoverheid. Het is een rechtstreeks appel op mij als mens. Ik word in het contact uitgenodigd tot verantwoordelijkheid. Hoe weet ik dat? Dat zie ik in het gelaat van de ander. Zo werken onze hersenen. Aan de keukentafel zal de burger, bewust of onbewust de professional “uitnodigen” tot zorg. Maar hoever reikt de taak tot zorg? De professional voelt dat aan zijn rol ook grenzen kleven. Het appèl op verantwoordelijkheid is in potentie oneindig. En het stellen van die grens voelt al snel als een vorm van onrecht.

In de oneindigheid doe je anderen tekort…
Levinas stelt dat die begrenzing wordt ingegeven doordat er meerdere anderen zijn. In oneindigheid doe je anderen te kort (en de zorg voor jezelf). Verantwoordelijkheid is dat ik zelf weet wat mij te doen staat. Wetgeving en gelijkheid die daaruit voortkomt komt pas daarna. De geregelde samenleving van wederzijdse rechten en plichten begint bij Levinas bij het gegeven van meerdere anderen. Dit relativeert ook het denken over autonomie.

Appèl –> verantwoordelijkheid –> vrijheid –> keuzes, niet andersom.
Intrigerend is wat mij betreft dat je in de directe ethische relatie uitgenodigd wordt tot zorg. De vraag die mij bezig houdt is of het keukentafelgesprek ook recht doet aan die uitnodiging. Vergelijk het met de uitnodiging voor een feestje die je de mogelijkheid en vrijheid  geeft om er heen te gaan. Je kunt natuurlijk ook onuitgenodigd binnen lopen. Die natuurlijke vrijheid heb je wel, maar niet de morele vrijheid.

Dat brengt mij tot de volgende vragen: Wat is nodig om het keukentafelgesprek het feestje van de burger te maken? Hoe moet de professional aan tafel zitten. Ik zie drie mogelijkheden:

  1. Uitgenodigd door de burger; iets met de vraag tot zorg (het gelaat) gaan doen of (deze keer) afslaan.
  2. Uitgenodigd door de burger en niet durven/mogen afslaan; (de verjaardag van je schoonmoeder) je verplichte praatje houden en op tijd weg.
  3. Niet uitgenodigd door de burger; en binnen stappen met het verhaal over participatie, regels, sancties en de verplichting tot renderen.

De geregelde samenleving met rechten en plichten is vooral gebaat bij het eerste type uitnodiging en feestje. Het vraagt reflectie van de professional op zijn gastvaardigheid: hoe zorg ik ervoor dat ik uitgenodigd wordt en hoe zit ik dan als gast aan tafel? Want zo zegt Levinas: Alleen als ik onafhankelijk ben, als ik vrij sta ten opzichte van mezelf, alleen als ik zelf iemand ben, kan ik een ander als ander ontmoeten, kan de blik van het gelaat van de ander mij raken. Dat stelt je voor dilemma’s en afwegingen ‘hoe je wilt handelen’. Gelukkig maar, want dat is precies de ethiek van mensenwerk.

De beleidstafel….
Wat betekent dit voor het management van zorg-, welzijnsorganisaties en gemeenten?
Het lijkt mij verstandig om het gesprek met professionals te richten op de ethische relatie en de (morele) keuzes vanuit het oogpunt van verantwoordelijkheid. Geld en formatie mogen zeker niet het startpunt zijn in de dialoog en ook niet de boventoon voeren. Natuurlijk is betaalbaarheid van zorg een belangrijk punt, maar dat bomen niet tot in de hemel groeien, snappen professionals ook wel zonder nieuwe woorden, zonder aansporing.

Posted in Barbara van der Steen.